Wat zijn Emaar, Nakheel, Meraas en Damac?

Als je in Dubai rondkijkt zal het je niet ontgaan: overal is reclame te vinden. Van bekend en minder bekende merken. Maar ook een aantal Arabische merken van bouwbedrijven die alomtegenwoordig zijn, en die je waarschijnlijk nergens eerder hebt gezien, zoals Emaar, Nakheel, Meraas en DAMAC. Wat zijn dit voor bedrijven en wat doen ze?

Emaar

Opgericht in 1997 is Emaar een beursgenoteerd bedrijf, waar de overheid de grootste aandeelhouder van is. Het bedrijf is kolossaal met 10.000 werknemers en bekend van megaprojecten als de Dubai Marina, de Burj Khalifa en de Dubai Mall. Emaar heeft het zwaar gehad gedurende de crisis en stelde de ambities toen wat bij, maar ondertussen bleef het gewoon doorbouwen aan nieuwe wijken, winkelcentra en hotels.

Inmiddels staan er nieuwe megaprojecten op de planning, zoals een nog hoger gebouw dan de Burj Khalifa en Dubai Creek Gate. Dit laatste project moet drie keer zo groot worden als heel Downtown Dubai – het gebied waar de Burj Khalifa en de Dubai Mall deel van uitmaken.

Het bedrijf is actief in de regio, maar het merendeel van de projecten voert het uit binnen de landsgrenzen van De Verenigde Arabische Emiration en in het bijzonder het Emiraat Dubai.

Nakheel

Nakheel, opgericht in 2000 en met 5000 medewerkers op de loonlijst, is vooral bekend vanwege de Palm eilanden, waarvan Palm Jumeirah op dit moment de enige is die bebouwd is. Het tweede palmeiland, Palm Jebel Ali, is nog kaal. Evenals het merendeel van de World Islands die Nakheel heeft laten opspuiten. Het derde geplande palmeiland, Palm Deira, was deels gemaakt maar is hernoemd tot Deira Islands om de kosten te drukken.

Nakheel heeft flink last gehad van de crisis, zodanig dat de overheid van Dubai het bedrijf heeft genationaliseerd in 2011. Inmiddels zijn de meeste projecten – al dan niet in afgeslankte vorm – hervat. Het lijkt erop dat Nakheel zich realiseert dat het beter de succesnummers eerst kan uitbouwen voordat nieuwe ambitieuze projecten worden ondernomen. Men is nu volop bezig aan de Palm Jumeirah. Hier worden nog nieuwe hotels gebouwd, een boulevard en diverse winkelcentra.

Behalve de palmeilanden is Nakheel ook de ontwikkelaar van de Ibn Battuta Mall en de Dragon Mart.

DAMAC

Damac heeft verschillende gebouwen in bezit in Dubai, maar ook elders in de regio. Je komt het logo tegen op diverse wolkenkrabbers in de stad. het bedrijf is opgericht in 2002 en heeft meer dan 2000 werknemers.

De meest aansprekende projecten van DAMAC zijn de Trump International Golf Club Dubai en DAMAC Hills, een woonwijk in de stijl van Beverley Hills.

Meraas

Meraas is een holding van verschillende bedrijven die opgericht is in 2007. Het bedrijf staat aan de wieg van een aantal aansprekende projecten in de stad, zoals The Walk, City Walk, The Beach, Boxpark, Last Exit, The Outlet Village en Kite Beach. Projecten die door Meraas zijn gebouwd onderscheiden zich door een moderne, hippe stijl.

Het bedrijf is momenteel bezig Bluewaters Island te bouwen, gelegen voor de kust van The Walk valt dit schiereiland op door het immense reuzenrad dat er is neergezet. Dit wordt ongetwijfeld weer een hippe plek in de stad. Dat de bestemmingen van Meraas in het Emiraat in de smaak vallen, blijkt uit het feit dat ze Dubai Harbour mogen gaan bouwen. Dit megaproject wordt een haven waar 1,2 miljoen passagiers per jaar doorheen gaan. Skydive Dubai, de Dubai International Marine Club (DIMC) en Logo Island worden erin geïntegreerd. 130,000 m2 land is drooggelegd om dit te realiseren.

Er zijn ongetwijfeld nog vele andere ontwikkelaars actief in Dubai, want het aantal wolkenkrabbers en megaprojecten neemt elk jaar toe. Maar dit zijn wel de vier die het meest in het oog springen.

De Khaleej Times. De krant van fantasieland

Ik houd ervan om ’s ochtends bij het ontbijt een krantje te lezen. In Dubai heb je verschillende Engelstalige kranten, die allemaal op elkaar lijken. In ons hotel wordt de Khaleej Times geleverd.

De krant is duidelijk niet objectief als het om de autoriteiten gaat. Bijna elke dag is er een jubelend bericht in te vinden over Sjeik Mohammed bin Rashid al Maktoum, waarin zijn officiële titels “His Highness, Vice-President of the UAE and Ruler of Dubai” altijd volledig uitgeschreven staan.

De berichtgeving over de autoriteiten is zonder uitzondering positief. Als zich ergens in Dubai een incident voordoet, wordt er nauwelijks gekeken naar de oorzaak, maar uitgebreid stilgestaan bij de kordate manier waarop de hulpdiensten hebben gereageerd.

Af en toe staan er kleine berichtjes over gastarbeiders in die zich misdragen hebben en taakstraffen moeten doen.

Ondanks de propaganda en de censuur, geeft de krant wel een indruk van wat de mensen in de Emiraten bezighoudt. Zo wordt er elke dag geschreven over de invoering van BTW, een nog onbekend fenomeen in de Verenigde Arabische Emiraten. Er zal maar liefst 5% BTW worden geheven. Het lijkt voor ons een futiliteit, maar hier is men bezorgd dat het leven duurder zal worden en het toerisme afneemt. Overigens worden deze zorgen natuurlijk steeds weersproken door de autoriteiten.

De Khaleej Times heeft voor de grote etnische groepen die in Dubai wonen aparte katernen. Er is ruimschoots aandacht voor nieuws uit India, Pakistan, Bangladesh en de Filipijnen op eigen pagina’s, en ook voor de rest van Azië. Europa en de VS komen ook aan bod, maar veel minder dan in onze kranten.

Deze week was de situatie in Syrië, en de reactie van de VS daarop, natuurlijk weer uitgebreid in het nieuws. Maar ook de situatie in Jemen, waar in Nederland veel minder aandacht voor is.

Bouwprojecten krijgen altijd ruim aandacht in de kranten. De Expo 2020 die in Dubai gehouden zal worden, staat nu al centraal. We lezen dat het hoofdgebouw van deze expositie, dat nog gebouwd moet worden, volledig in het teken zal staan van duurzaamheid. Dankzij de wijsheid van de sjeik, uiteraard.

Taxi’s in Dubai

We nemen in Dubai vaak een taxi. Ze zijn alom aanwezig en niet duur. De taxidiensten rijden met een meter die start op 5 dirham (1,50 euro). Een ritje van een half uur komt uit op ongeveer 60 dirham (18 euro).

Er zijn vijf verschillende taxibedrijven actief. Ze rijden vrijwel allemaal in gele Toyota’s rond, die alleen zijn te onderscheiden door het gekleurde dak. De taxi’s met een rood dak zijn van de overheid. Dat zijn ook de enige die op het vliegveld mogen komen. Maar door strenge regulering is er weinig van concurrentie te merken.

Uitzondering vormen de limousine taxi’s. Die staan als eerste bij de hotels klaar, om je voor een vast tarief ergens heen te brengen. Ze zijn comfortabel, maar wel duurder. Ze rekenen ongeveer anderhalf keer de prijs van een reguliere taxi.

Buitenlanders

De meeste taxichauffeurs zijn buitenlanders. Af en toe maakten we een praatje met ze om te kijken waar ze vandaan komen. Zo hebben we kennisgemaakt met chauffeurs uit Pakistan, Bangladesh en de Filippijnen.

Voor een ritje naar de Dubai Marina komt een chauffeur uit Bangladesh voorrijden. Hij woont drie jaar in Dubai. We vragen hem hoe hij in de stad verzeild is geraakt. Hij steekt enthousiast van wal. “Een familielid had mijn visum geregeld”, begint hij.

“Ik moest eerst een Engelse test doen. Vervolgens ook een rijvaardigheidsexamen. Die heb ik in twee keer gehaald. And I was very lucky!” We voelen ons na deze mededeling wat minder veilig in zijn taxi, die hij overigens wel behendig door het drukke verkeer manouvreert.

“In Dubai aangekomen heb ik ook nog drie inburgeringsexamens moeten doen” vervolgt hij. “Voordat ik mijn eigen auto kreeg, lieten ze me eerst een paar weken in een pendelbusje rijden, om te kijken of ik het wel kon.”

Zijn familie, hij heeft een vrouw met twee kinderen, zijn achtergebleven in Bangladesh. Hij ziet hen maar één keer per jaar. “Ik ga in de maanden juni en juli twee maanden op vakantie naar mijn thuisland. Helaas mogen mijn vrouw en kinderen niet overkomen, zij krijgen geen visum.”

Zijn eigen werkvisum kan hij onbeperkt verlengen. “Ik wel”, zegt hij. “Maar verder is er een visumstop voor Bangladesh.” Er komen dus voorlopig geen taxichauffeurs uit zijn land meer bij.

taxis-dubai

Kashmir

Een dag later treffen we een chauffeur uit Pakistan, die er belang aan hecht om zijn herkomst nader te duiden: “Kashmir, daar kom ik vandaan.” Alsof wij weten waar dat ligt. “The Netherlands”, daar komen wij vandaan. Dat treft. Hij kent iemand uit Nederland. Snel pakt hij zijn telefoon, een oude Nokia, en laat trots een +31 telefoonnumer zien. “Ja dat is een Nederlands nummer”, bevestigen wij. Maar de eigenaar ervan kennen we niet.

Hij rijdt in een Lexus van de duurdere limousine service, die we een keer hadden genomen omdat er geen normale taxi’s bij het hotel waren. Hij werkt al 10 jaar in Dubai, uitsluitend als chauffeur.

We vragen hem waarom het zo druk is bij de tankstations in Dubai. Daar heeft hij wel een antwoord op. “Er zijn hier teveel auto’s”, verklaart hij. Waarom er teveel auto’s zijn, weet hij ook uit te leggen. “Die hier zijn spotgoedkoop. Je betaalt er geen belasting over. Bijna nergens betaal je belasting over in Dubai, trouwens. Wat is het tarief in Nederland, 45%? Hier is het 0%.”

Bijna bij onze bestemming gekomen, de Dubai Mall, vraagt hij hoelang we daar denken te blijven. “Voor 100 dirham wacht ik op jullie. Drie of vier uur, het maakt mij niet uit.” Ik bedank hem voor het aanbod, maar sla het vriendelijk af.

Na afloop van de rit geeft hij ons zijn visitekaartje. Omar Sharif, Luxury Transportation Services staat erop. Het bedrijfsnummer is doorgekrast. We kunnen hem op zijn mobiel bellen als we weer terug willen. “Taxi’s zijn soms schaars. Ik ben er binnen een half uur.” Het lijkt een merkwaardige opmerking in deze stad vol taxi’s. Maar als we ’s avonds de Dubai Mall uitlopen, staat er een enorme rij bij de taxistandplaats. Het duurt ruim een half uur voordat we aan de beurt zijn.

De zachte censuur in de Emiraten

Wie door de straten van Dubai loopt, heeft door de superhippe shopping malls en de moderne infrastructuur niet direct in de gaten dat het om een autoritair geleide staat gaat.

Dat dit slechts schijn is, merkten we toen we het programma Skype probeerden te gebruiken. Dit wordt namelijk door een internetfilter van de overheid geblokkeerd. De reden hiervan is dat het gratis bellen mogelijk maakt, iets waar het monopolistische staatsbedrijf Etisalat inkomsten door zou mislopen.

De censuur is op listige wijze toegepast, de verbinding valt vrijwel direct weg. Op zoek naar mogelijkheden op het web om deze blokkade te omzeilen leveren de volgende boodschap op:

De grappige en vriendelijke uitstraling van dit bericht maskeert de ware aard ervan: je mag niet alles op internet zien in de Verenigde Arabische Emiraten, met andere woorden pure censuur.

Heel curieus was trouwens dat ik hetzelfde poppetje dat voor de censuur werd gebruikt later ook zag op een vrachtwagen met vruchtensap.

Je gaat je afvragen wat er gebeurt als je die sap drinkt, zouden je hersenen dan gezuiverd worden van onreine gedachten?

Het blijft niet bij Skype, want vele sites met inhoud die niet goedgekeurd wordt door de autoriteiten zijn geblokkeerd. Hoewel het internet groot is en niet alles gecontroleerd kan worden, doen ze toch erg hun best. Het is te hopen dat aan deze praktijken in de toekomst een einde komt.